Federatie van Nederlandse Officieren & Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie
De FVNO, Federatie van Nederlandse officieren & middelbaar en hoger burgerpersoneel Defensie, behartigt belangen van officieren en hoger burgerpersoneel bij defensie. Tegelijkertijd is de FVNO beroepsgroep voor militaire officieren.
De FVNO, Federatie van Nederlandse officieren en hoger burgerpersoneel, behartigt belangen van officieren en hoger burgerpersoneel bij defensie. Tegelijkertijd is de FVNO beroepsgroep voor militaire officieren. De FVNO heeft de volgende doelstellingen:
bij te dragen aan een goede relatie tussen de Nederlandse samenleving en de krijgsmacht en het inzicht in het bestaansrecht van de krijgsmacht als regeringsinstrument te vergroten;
bij te dragen tot de instandhouding van een voor haar taak berekende krijgsmacht;
het behartigen van de individuele en collectieve belangen van de leden, daarbij inbegrepen de vertegenwoordiging van het hoger personeel in het Georganiseerd Overleg met de werkgever.
De FVNO is opgericht op 18 juni 2004 en streeft ernaar alle Nederlandse officieren binnen de krijgsmacht te verenigen. Het verenigingsmotto is:
FVNO
VOOR OFFICIEREN DOOR OFFICIEREN
Waarom een nieuwe federatie?
FVNO
Federatie van Nederlandse officieren en hoger burgerpersoneel bij Defensie
De oprichting van de FVNO (hierna: de federatie) komt voort uit de volgende overwegingen:
Onvrede bij officieren over de wijze waarop hun belang nu wordt behartigd. Met de oprichting van de federatie kunnen alle officieren zich op herkenbare wijze verenigen onder de centrale voor hoger personeel, de CMHF. Zo wordt bereikt dat de officieren met één krachtige stem hun belang behartigen in het overleg en het versnipperde geluid stopt. Dat is van groot belang: denk maar eens aan de toekomstige veranderingen in uw pensioen, in de SZVK, de UKW.
De federatie werkt aan het belang van officieren.
De oprichting van de federatie sluit aan bij de verpaarsing van de krijgsmacht die ervoor zorgt dat meer samenwerking tussen officieren kansen oplevert maar tegelijk ook noodzakelijk is. Bij de basis is het begrip al langer aanwezig: cadetten en adelborsten werken steeds meer samen maar ook de jongere officieren begrijpen de stammenstrijd tussen de verschillende krijgsmachtdelen minder en minder: het kost energie en levert weinig op.
Officieren van de verschillende krijgsmachtdelen hebben een eigen kleur maar de verschillen zijn niet groot genoeg om niet samen te werken.
De federatie is product en aanjager van het juiste verpaarsingsproces.
Ook voor de versterking van de positie van de officier naar-buiten-toe, in de samenleving, is paarse samenwerking een voorwaarde. Nog te vaak vangen (gewezen) officieren van KL, KLU en KM elkaar vliegen af in nationale dagbladen. De burger begrijpt dat niet maar oordeelt er wel negatief over. Officieren zijn boegbeeld van hun organisatie en moeten samen hun verhaal veel beter voor het voetlicht brengen.
De federatie vertegenwoordigt alle officieren van de krijgsmacht en hun belangen in de samenleving.